Terug naar insights

Duurzaamheid: van compliance naar strategisch voordeel

Duurzaamheid voor datacenters levert het meeste op wanneer dit vanaf het begin samengaat met wet- en regelgeving, technische prestaties, bedrijfszekerheid en langetermijnprestaties.

De vraag naar digitale capaciteit groeit snel, terwijl energie, water en ruimte steeds schaarser worden. Tegelijkertijd neemt de publieke aandacht voor datacenters toe. Daarmee is duurzaamheid steeds bepalender voor de haalbaarheid en waarde van een datacenter: van het aantrekken van investeringen en verkrijgen van vergunningen tot het binnenhalen van veeleisende huurders en het waarborgen van bedrijfszekerheid op de lange termijn.

Bij Deerns is duurzaamheid een ontwerp- en innovatieprincipe dat direct samenhangt met technische prestaties, bedrijfszekerheid en de businesscase. Wet- en regelgeving vormt vaak het vertrekpunt, maar de echte waarde ontstaat wanneer duurzaamheidseisen vroeg worden vertaald naar keuzes voor de locatie, de beschikbaarheid van stroom, connectiviteit, koeloplossingen, waterbeheer, (cyber)beveiliging, materiaalstrategie, bedienings- en onderhoudsopties en de algehele bedrijfszekerheid. Zo ontstaan er oplossingen die de milieudoelstellingen ondersteunen en tegelijkertijd passen binnen de investeringskosten (CapEx) en de total cost of ownership (TCO).

Compliance is het startpunt, niet de bestemming

Overal in Europa krijgen datacenterexploitanten te maken met strengere wet- en regelgeving en rapportage-eisen. De Energie-efficiëntierichtlijn (EED), de EU-taxonomie en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) stellen eisen aan energie, water, emissies en het gebruik van hernieuwbare bronnen. Tegelijkertijd vragen investeerders en grote gebruikers om meer bewijs van hoe datacenters presteren, ook op het gebied van duurzaamheid.

Voor colocatieaanbieders zijn aantoonbare duurzaamheidsprestaties steeds belangrijker om hyperscalers aan te trekken. Grote cloud- en technologiebedrijven hebben eigen duurzaamheidsdoelstellingen, die verder reiken dan hun eigen activiteiten en ook gelden voor de datacenters die zij gebruiken. Aantoonbare prestaties op energie, water en emissies helpen aanbieders te laten zien hoe hun datacenters bijdragen aan deze doelstellingen.

3 vragen staan hierbij centraal:

  • Hoe laag kan de Power Usage Effectiveness (PUE) worden zonder dat dit ten koste gaat van de bedrijfszekerheid of de Water Usage Effectiveness (WUE)?
  • Hoe worden KPI’s voor watergebruik, hernieuwbare energie en hergebruik van restwarmte concreet ingevuld?
  • Welk effect hebben energie- en watergebruik, geluid, visuele impact en andere aandachtspunten uit de omgeving op de vergunningverlening en het maatschappelijk draagvlak op de lange termijn?

Deze vragen zijn vooral relevant om te stellen voordat het ontwerp is afgerond en de bouw begint. Wie duurzaamheid vroeg in het proces meeneemt, kan duurzaamheidsdoelen direct vertalen naar ontwerpkeuzes die invloed hebben op de kosten en prestaties. Zo wordt duurzaamheid vanaf het begin onderdeel van de ontwerpstrategie.

Waarde creëren met duurzaamheid: 3 niveaus

Duurzaamheidsprestaties in datacenters vragen om voortdurende verbetering. Bedrijven die hier actief op inzetten, kunnen een concurrentievoordeel opbouwen terwijl de sector zich blijft ontwikkelen.

Deerns onderscheidt 3 niveaus van duurzaamheidsprestaties, waarbij de lat voor goede prestaties steeds hoger komt te liggen. Zo blijven datacenters aantrekkelijk voor investeerders en huurders, ook als verwachtingen, technologie en wet- en regelgeving veranderen.

Niveau 1: Aan welke voorwaarden moet een datacenter voldoen?

  • Klaar voor wet- en regelgeving en rapportage: beoordeel de EED-rapportage-indicatoren (PUE, WUE, ERF en REF), de DC Code of Conduct en aansluiting op de EU-taxonomie.
  • Vergunnings- en omgevingsrisico’s: beoordeel de vergunningseisen en maatschappelijke impact, en voer akoestisch onderzoek uit voor de locatiekeuze.
  • Nulmeting van het datacenter: breng de prestaties op het gebied van energie, water, emissies en bedrijfszekerheid in kaart.
  • Bedrijfszekerheid van bestaande datacenters: ontwikkel een routekaart voor de modernisering en decarbonisatie van bestaande datacenters.

Niveau 2: Hoe kunnen de prestaties van het datacenter worden geoptimaliseerd?

  • Energie- en grondstofprestaties: optimaliseer energiegebruik, koeling, PUE en WUE, met aandacht voor efficiënt grondstoffengebruik.
  • Hernieuwbare energie: borg hernieuwbare elektriciteit via directe Power Purchase Agreements (PPA’s).
  • Hergebruik van restwarmte: leg afspraken vast over de terugwinning van restwarmte met lokale warmtenetten en nutsbedrijven.
  • AI-ready bedrijfszekerheid: integreer koel- en infrastructuuroplossingen op maat voor hogere rackdichtheden en AI-workloads.
  • Inzicht in prestaties: richt governance, meting en rapportage zo in dat de prestaties kunnen worden gemeten en verbeteringen aantoonbaar zijn.

Niveau 3: Hoe kan het datacenter zich strategisch onderscheiden?

  • Ambtie voor net zero en waterpositief: stel langetermijndoelen voor operationele en materiaalgebonden CO₂-uitstoot, water en circulariteit.
  • Ruimtelijke inpassing en maatschappelijk draagvlak: positioneer datacenters als kritieke infrastructuur die lokaal waarde creëert en de vergunningspositie op de lange termijn versterkt.
  • Marktpositionering: streef naar duurzaamheidsprestaties in het hoogste kwartiel om het datacenter sterker te positioneren en de toegang tot groene financiering te vergroten.
  • Klaar voor investeerders: zorg dat het datacenter gedurende de hele levensduur in aanmerking blijft komen voor ESG-investeringen.

Duurzaamheid vertalen naar prestaties, waarde en onderscheidend vermogen

Datacenters zijn technisch complexe gebouwen waarin kleine ontwerpkeuzes van grote invloed kunnen zijn op de investerings- en exploitatiekosten. Koeling is een goed voorbeeld: in traditionele luchtgekoelde datacenters kan koeling zo’n 35% van het energieverbruik uitmaken. Door AI-workloads nemen rackdichtheden en warmtelasten verder toe, waardoor ook de behoefte aan infrastructuur voor vloeistofkoeling groeit.

De kracht van Deerns ligt in de combinatie van gespecialiseerde datacenter-engineering en duurzaamheidsadvies. Onze teams vertalen ESG-doelen en decarbonisatieplannen naar de engineeringkeuzes die nodig zijn om deze in praktijk te brengen.

3 activiteiten ondersteunen deze besluitvorming:

  • Locaties beoordelen op klimaat, beschikbaarheid van energie en water, fysieke kenmerken en mogelijkheden voor free cooling.
  • PUE, Water Usage Effectiveness (WUE), grondstoffengebruik, investeringskosten en exploitatiekosten over de hele levensduur modelleren.
  • Datacenters voorbereiden op technologieën als direct-to-chip-koeling, warmteterugwinning en alternatieve koelbronnen, met behoud van betrouwbaarheid en toekomstige flexibiliteit.

Het doel is pragmatische optimalisatie. Een technisch indrukwekkende oplossing heeft weinig waarde als deze onaanvaardbare operationele risico’s oplevert, moeilijk te onderhouden is of investeringen vraagt die de businesscase niet kan dragen. Duurzaamheid werkt het best wanneer technische prestaties, financiële prestaties en operationele bedrijfszekerheid in samenhang worden bekeken.

Lokale bronnen slim benutten

Een van de grootste kansen is de locatie zelf. In een bestaand datacenter onderzocht Deerns het aangrenzende dokwater als primair koelmedium. Dit vraagt om een zorgvuldige beheersing van de retourwatertemperaturen, filtratie en bescherming van het aquatische ecosysteem. De duurzaamheidswinst valt of staat met een goede technische uitwerking van deze aspecten.

Daarnaast paste Deerns zeewaterkoeling toe in het Midden-Oosten en op Curaçao, warmte-koudeopslag (WKO) in Nederland en hergebruik van restwarmte in Italië.

Voor elke oplossing gelden specifieke randvoorwaarden:

  • Koeling met water vraagt om aandacht voor onttrekkingslimieten, waterkwaliteit, biodiversiteit en retourtemperaturen.
  • WKO is afhankelijk van geschikte ondergrondse omstandigheden en een energiestrategie die aansluit op het daadwerkelijke belastingprofiel van het gebouw.
  • Hergebruik van restwarmte hangt samen met temperatuurniveaus, beschikbare infrastructuur en voldoende lokale vraag naar de teruggewonnen warmte.

Hetzelfde geldt voor gevels, akoestiek en landschappelijke inpassing, die allemaal invloed hebben op de maatschappelijke impact van een datacenter. Geluid, grondstoffengebruik en zichtbaarheid kunnen leiden tot weerstand vanuit de omgeving. Door deze aspecten al tijdens de haalbaarheidsstudie en het conceptontwerp mee te nemen, kan het vergunningsrisico worden verkleind en het maatschappelijk draagvlak worden verbeterd.

Prestaties die het datacenter versterken

Deerns heeft ruime ervaring met het ontwerpen van datacenters met een lage PUE; het eerste datacenter van Deerns met een PUE van 1,2 dateert uit 2007, en inmiddels heeft Deerns meer dan 5 GW aan IT-vermogen ontworpen, van 500 kW tot ruim 200 MW per gebouw. Deze ervaring laat opdrachtgevers zien dat ambitieuze prestatiedoelen kunnen samengaan met uptime, technische haalbaarheid en een solide businesscase.

Nu verwachtingen, technologie en wet- en regelgeving in ontwikkeling blijven, wegen duurzaamheidsprestaties steeds zwaarder mee in compliance en risicobeperking, operationele prestaties en het onderscheidend vermogen van een datacenter. Deerns combineert strategisch duurzaamheidsadvies met de engineering die nodig is om deze ambities in praktijk te brengen. Door compliance, technische prestaties en waarde over de hele levensduur vanaf de eerste fase mee te nemen, wordt duurzaamheid onderdeel van de prestaties en langetermijnwaarde van het datacenter.

Related thoughts

Let’s talk


Ester Vlielander

Unit Director Life Sciences, Electronics & Data Centres

Array