Met evidence-based engineering zorgt Deerns voor de juiste balans tussen behoud, energieprestaties en toekomstig gebruik van monumentale gebouwen.
Een kerk is een herkenningspunt, een toonbeeld van vakmanschap en een plek vol herinneringen. In veel lokale gemeenschappen is dit gebouw bovendien een vertrouwde plek die verschillende generaties met elkaar verbindt. Tegelijkertijd staan veel historische kerken en kathedralen voor een praktische uitdaging: hoe blijven gebouwen uit een andere tijd ook vandaag comfortabel, betaalbaar en functioneel?
Monumentale gebouwen zijn altijd in ontwikkeling geweest. De uitdaging is om die ontwikkeling zorgvuldig te begeleiden en op basis van feiten te bepalen welke ingrepen bijdragen aan de toekomstbestendigheid van het gebouw en welke juist afbreuk kunnen doen aan de monumentale waarde.
Voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onderzoekt Deerns met gebouwsimulaties hoe verschillende verbeteringen kerken kunnen beïnvloeden, afhankelijk van de grootte, ligging en het gebruikspatroon van het gebouw. Het onderzoek is bedoeld als eerste oriëntatie.
Behoud valt of staat met blijvend gebruik
Voor een historisch gebouw is verandering niet per se de grootste bedreiging. Het echte risico is dat het gebouw zijn relevantie verliest.
Bij een kerk die nog amper gebruikt wordt, is onderhoud steeds lastiger. Kerkelijke gemeenschappen worden kleiner, terwijl de kosten voor energie, onderhoud en herstel blijven stijgen. Als er te weinig activiteiten of inkomsten zijn, kan noodzakelijk onderhoud worden uitgesteld. Zo kan juist de wens om een gebouw zo min mogelijk te veranderen uiteindelijk leiden tot het verval.
Intensiever gebruik kan uitkomst bieden. Overal in Europa krijgen kerken naast hun traditionele religieuze functie steeds vaker een rol als museum, concertlocatie, expositieruimte, congreslocatie, repetitieruimte of ontmoetingsplek voor de gemeenschap. Voor deze functies zijn in veel gevallen aanpassingen nodig om het comfort en de energieprestaties van het gebouw te verbeteren.
Weten waar je moet beginnen
Het onderzoek brengt de huidige energieprestaties van drie referentiekerken in kaart, beoordeelt mogelijke energiebesparende maatregelen en rekent verschillende scenario’s door. Zo krijgen gebouweigenaren een onderbouwde basis om gerichte keuzes te maken en te investeren in toekomstige verbeteringen.
De 3 kerken vertegenwoordigen kleine, middelgrote en grote kerkgebouwen:
- Waalse Kerk in Delft, 210 m²
- Sint Martinuskerk in Weert, 1.260 m²
- Sint Laurentiuskerk in Alkmaar, 2.180 m²
De simulaties laten zien hoe kerken van verschillende omvang presteren in zowel een dichtbebouwde stedelijke omgeving als een landelijke context. Daarbij wordt ook gekeken naar hoe intensief het gebouw gebruikt wordt, van het traditionele patroon van de zondagse kerkdienst tot doordeweekse activiteiten en intensievere bezetting als museum, congres- of cultuurlocatie. In totaal zijn er 108 simulaties uitgevoerd. Deze vormen een brede onderbouwing voor het ontwikkelen van algemene richtlijnen.
Comfort verbeteren met behoud van karakter
Het onderzoek richt zich op verschillende maatregelen aan de gebouwschil, waaronder:
- het volledige gewelf isoleren;
- alleen het bovenste deel van het gewelf (dat beter bereikbaar is) isoleren;
- achterzetbeglazing aanbrengen aan de binnenzijde van de bestaande vensters;
- het onderste deel van de binnenwanden isoleren.
De effecten van deze maatregelen worden vergeleken met een situatie zonder isolatie. Daarbij wordt gekeken naar zowel het energiegebruik als het thermisch comfort. Dat comfort wordt zowel in het midden van de kerk als bij de buitenmuren onderzocht, waar koude oppervlakken en tocht vaak het meest merkbaar zijn.
Dat onderscheid is belangrijk, want energie-efficiëntie draait om meer dan alleen een lager energiegebruik. Een maatregel is pas echt waardevol als die ook het comfort voor gebruikers verbetert. Een oplossing die het warmteverlies sterk vermindert, maar nauwelijks merkbaar comfort oplevert, heeft daarom maar beperkt effect. Met een gerichte ingreep kunnen comfort en gebruiksmogelijkheden juist aanzienlijk verbeteren, zonder dat er een grootschalige, kostbare of ingrijpende renovatie nodig is.
Elk historisch gebouw biedt andere mogelijkheden
" Monumentale gebouwen laten zich niet standaardiseren, en dat maakt ze juist zo waardevol.
Een strak gestucte wand kan ruimte bieden voor een omkeerbare voorzetwand, terwijl dat bij een wand met historische schilderingen, houtwerk of decoratieve details vaak niet mogelijk is. In de ene kerk is isolatie boven het gewelf relatief eenvoudig aan te brengen, terwijl de vorm en constructie van een andere kerk dezelfde maatregelen juist onpraktisch maken. Voordat er wordt ingegrepen, moeten daarom ook het vochtgedrag, de materiaalcompatibiliteit, ventilatie en lokale monumentale eisen goed in beeld zijn.
De meest effectieve aanpak hangt af van 3 belangrijke factoren:
- de architectonische en culturele waarde van het bestaande gebouw;
- het huidige en toekomstige gebruik;
- de verhouding tussen energiebesparing, comfort en het beschikbare budget.
Simulaties maken gebouwspecifiek onderzoek niet overbodig, maar geven eigenaren wel een goed onderbouwd vertrekpunt.
" Simulaties maken inzichtelijk welke maatregelen kansrijk zijn, waar aanvullend onderzoek nodig is en welke investeringen naar verwachting te weinig opleveren.
Een toekomst voor levend erfgoed
De toekomst van kerken en kathedralen hangt samen met de vraag hoe ze ook in de toekomst gebruikt kunnen blijven worden. Dat vraagt om een bredere kijk op behoud, waarin zorgvuldige aanpassingen niet worden gezien als een breuk met het verleden, maar als onderdeel van de geschiedenis van het gebouw.
Door respect voor het verleden te combineren met oog voor de eisen van nu, draagt Deerns bij aan kerken die comfortabel, toekomstbestendig en van waarde blijven. Zo is duurzame engineering niet alleen een technische opgave, maar ook een manier om erfgoed levend te houden.











































